Verse Vis


Het eerste restaurant vanaf ons vakantiethuis is het meest drukke. Boven de ingang vermeld een heldere TL bak dat het gaat om een Snack-Bar, iets dat hier in Griekenland een ruim begrip is. Daaronder staat aangegeven dat het tevens gaat om een ψαροταβερνα, een Farotaverna, een vistaverna. het is er altijd druk met vooral Griekse gasten, iets dat aangeeft dat het restaurant door de bevolking zeer gewaardeerd wordt, het is er goed eten.
De ruimte binnen, ook met TL verlichting beschenen is niet meer dan twaalf vierkante meter groot, een ruimte die ook als opslag dient en in de winter ruimte biedt aan een paar tafeltjes, het etablissement is namelijk het enige in het dorp dat het gehele jaar door is geopend. Wanneer je onverhoeds naar het toilet moet, iets wat je overigens beter kunt vermijden, baan je je een weg door deze chaos, kom je en passant langs het hart van het restaurant namelijk de keuken en de vermaarde kok en naamgeefster van het etablissement: ΔΑΨΝΗ oftewel Daphni. Ze zal in de 80 zijn maar ze is een krasse doch corpulente dame die vermaard is in de omgeving vanwege haar kookkunsten. Zwetend staat ze in de kleine en benauwde keuken haar gerechten te bereiden. Er groeien al jaren haren uit haar kin en ze is altijd getooid in een ingetogen donkere gebloemde jurk. Tot twaalf uur werkt ze druk aan haar gerechten en neemt dan plaats aan de witte tuintafel net buiten het restaurant en houdt ze het koken voor gezien. Vaak valt ze met haar hoofd op haar gevouwen armen in slaap.
Dat is maar goed ook want wanneer je ’s morgens rond 9 uur brood haalt in het naastgelegen winkeltje dan zie je haar alweer monter aan een van de terrastafeltjes zitten met een mand vol ongeschilde aardappelen. Een vrolijk Kallimera, goedemorgen komt je dan tegemoet.
Het is maar goed dat het hier nooit slecht weer is want binnen zou nu geen tafeltje passen. Het eten gebeurd dan ook buiten.
Verder werken er nog twee andere dames en het bijzondere is dat het gaat om drie generaties; moeder, dochter en kleindochter allen Daphni genaamd. Het was kennelijk daarom passend om ook het restaurant maar zo te noemen. Dochter en ook kleindochter Daphni doen de bediening.
Zij steken het onderhoudsbehoevende weggetje over met grote en zware dienbladen naar het drukke terras onder de door krekels gehuisveste bomen. Het terras zelf bestaat uit een tiental kleine tafeltjes met blauwe stoelen met biezen zitting. Het blauw is het Griekse diepblauwe bekend van reisfolders. Het grenst aan het een meter lager gelegen kiezelstrandje waar kinderen, verveeld van het tafelen van hun ouders, het strand delen met een groot aantal straatkatten die geduldig wachten op wat de altijd waaiende zwoele noorderwind nu weer van de tafeltjes schuift. Het terras is sfeervol verlicht met een lint lampjes waarvan de oorspronkelijke gekleurde gloeilampen langzamerhand vervangen zijn door het harde wit van spaarlampen.
Op drukke dagen kunnen er als het moet nog wat witplastic tuintafels met dito stoelen uit de opslag worden bijgeschoven. Het is dan even inschikken maar dat doet men graag.
Hoewel de Daphni’s de hele dag aanwezig zijn wordt er van de lunch maar weinig gebruik gemaakt. Wanneer wij op een middag aanschuiven zijn wij naast een Griekse familie en een Hollands paar de enige gasten. Voor het terrasje ongeveer tien meter in de zee dobbert een klein houten bootje waar een volwassen man niet languit in zou kunnen liggen. Het bootje heet, hoe kan het ook anders Daphni. De middelste Daphni komt naar ons tafeltje en wacht kauwgomkauwend op onze bestelling. Ze is gekleed in een driekwart spijkerbroek een zwart hemdje en een paar teenslippers. Nadat ze onze bestelling heeft opgenomen sloft ze naar het Nederlandse stel achter ons. Ze willen weten of de geserveerde vis vers is. Het probleem is dat de middelste Daphni haar taal goed spreekt maar dat die taal Grieks is. Nadat de jongste Daphni er bij is gehaald, die op school enige woorden Engels heeft leren spreken, is de kwestie opgelost. Het wordt vis.
Even later sloft de middelste Daphni de straat over naar het terras. Op de rand van het terras doet haar slippers uit springt op het kiezelstrand en loopt het water in. Ze zwemt een stukje naar het bootje, klimt aan boord start het dieseltje dat kennelijk in de kleine romp huist en puft met één been op het helmhout richting zee.
Wanneer wij na een uurtje de lunch op hebben komt het kleine bootje terug. Daphni ankert het bootje en springt met een dun plastic boodschappentasje gevuld met vis in de zee, zwemt naar de kant, doet haar slippers aan een sloft hiermee naar het restaurant. Hoe vers kan de vis zijn.
Wanneer wij ’s avonds lang het restaurantje wandelen komt ons een vriendelijk Yasou van de middelste Daphni tegemoet. Ze draagt nog steeds haar driekwart spijkerbroek en zwarte hemdje.